"Het gaat niet langer om energie of data. Het gaat om onze nationale veiligheid." Eduard de van der Schueren over de Noordzee als strategisch doelwit

"Het gaat niet langer om energie of data. Het gaat om onze nationale veiligheid." Eduard de van der Schueren over de Noordzee als strategisch doelwit cover

De Noordzee is niet langer alleen een logistieke corridor of een energiehub. Het is een kwetsbaar knooppunt geworden waar fysieke en digitale bedreigingen samenkomen. Eduard de van der Schueren is programmadirecteur van het programma Bescherming van de Noordzee-infrastructuur. Hij is gedetacheerd van het Nederlandse Ministerie van Defensie naar het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, dat drie jaar geleden de coördinerende rol op zich nam. "Het is een interdepartementaal programma waarbij zes ministeries samenwerken." Zijn achtergrond ligt in de marine-luchtvaart en de afgelopen tien jaar heeft hij bij de luchtmacht gewerkt. "Ik heb als het ware voor de marine gevlogen."

Die multi-domeinachtergrond past perfect bij de uitdaging, omdat het dreigingslandschap zelf van nature multi-domein is.

Bedreigingen op zee zijn meer dan alleen een slepend anker

Als mensen denken aan bedreigingen in de Noordzee, stellen ze zich vaak schepen voor die met hun ankers over de zeebodem slepen en kabels doorsnijden. Eduard erkent dat scenario, maar verbreedt meteen het kader. “Dat is één vorm van bedreiging. Maar we zien nu meer bedreigingen. Het beeld is breder en complexer geworden: schepen die drones lanceren, vliegende drones die over land vliegen en mogelijk ook onderwaterdrones. Voeg daar nog de verstoring van cruciale navigatie- en communicatiesystemen aan toe. Misschien zien we binnenkort schepen die ons 5G-netwerk of ons GPS-netwerk verstoren. Dat is de fysieke dreiging."

Daar komt nog eens de digitale dreiging bij, die net zo reëel is. Maar Eduard beschrijft het totale risico als een opeenstapeling van factoren: de bereidheid van een tegenstander om actie te ondernemen, zijn vermogen om actie te ondernemen, en onze eigen kwetsbaarheden en afhankelijkheden. "Dat alles maakt de Noordzee op dit moment tot een strategisch doelwit."

Binnen het programma ligt de focus breder dan alleen offshore windenergie. “Het gaat om meer dan alleen energie. We hebben het ook over olie, gas en elektriciteit. Elektriciteit is een belangrijk element, vooral gezien de Nederlandse ambitie om een groot deel van de nationale energiebehoefte uit de Noordzee te halen. De ambitie van het kabinet was om in 2030 75% van de energiebehoefte van Nederland uit de Noordzee te halen.” Maar minstens zo belangrijk is de digitale backbone onder de zee die Europa verbonden houdt. Eduard zegt: “Iedereen denkt dat alles tegenwoordig mobiel is. Maar dat is slechts een klein deel. De rest loopt echt via kabels. Die onderzeese kabels verbinden Nederland met andere Europese landen en ver daarbuiten. Via de Oostzee of via de Middellandse Zee en andere landen binnen Europa. En via het Kanaal is er een groot volume aan kabels dat ons met het Verre Oosten verbindt.”

Kortom: verstoringen in de Noordzee blijven zelden beperkt tot één sector. Ze raken meerdere fundamenten tegelijk.

Samenwerking is essentieel, maar het speelveld is complex.

Om deze infrastructuur te beschermen is samenwerking op meerdere niveaus nodig. Eduard begint bij de publieke sector zelf: verantwoordelijkheden zijn verdeeld, dus afstemming is cruciaal. Dan is er het brede veld van particuliere organisaties: partijen die kabels bezitten, kabels gebruiken, kabels onderhouden of pijpleidingen exploiteren. "Dat is een behoorlijk breed speelveld."

Zijn programma richt zich op de Noordzee, maar erkent tegelijkertijd de voor de hand liggende realiteit dat alles zich op het land voortzet. "Die kabels komen ergens aan land en gaan dan verder."

"Ik denk dat we nog steeds erg kwetsbaar zijn in ons besef van hoe kwetsbaar we zijn."

Hij ziet nog steeds een bekende reflex: wat kost het, wie betaalt het, wat betekent het voor de businesscase? En dat is waar hij het gesprek naartoe wil sturen. “Je kunt niet alleen naar de overheid kijken. Je moet echt naar ons allemaal kijken. We hebben er allemaal belang bij. Niet als een vrijwillige ‘bijdrage’, maar als een gedeelde verantwoordelijkheid. We maken allemaal deel uit van die nationale veiligheid.”

Hybride dreigingen zijn realistischer dan tanks en komen in elk domein voor.

Eduard verwacht niet dat het volgende conflict noodzakelijkerwijs de vorm van een klassieke invasie zal aannemen. "Ik denk niet dat een oorlog die we mogelijk te wachten staat, zal betekenen dat er bommen en granaten op Nederland vallen of dat er Russische tanks binnenrijden." Wat hij wel als veel realistischer beschouwt, zijn hybride dreigingen: sabotage en desinformatie onder de drempel van een open conflict. "Dat is veel realistischer, en de dreiging neemt toe. De kans dat het gebeurt, wordt steeds reëler. Dat is kenmerkend voor hybride dreigingen." Hij beschrijft ze als geheime operaties van staatsactoren die gebruikmaken van niet-statelijke elementen: omgekochte personen, 'incidenten' die plausibel kunnen worden ontkend, en acties die zich in een grijs gebied bevinden.

Als gevolg daarvan vervaagt de grens tussen staatsactiviteiten en niet-staatsactiviteiten: georganiseerde misdaad, activisme, extremisme en staatsinvloed beginnen elkaar te overlappen. "Je weet niet meer of er een land achter zit, of dat het gewoon een 'domme kapitein' is die iets vreemds heeft gedaan."

Welke strategische keuzes moeten leiders in het energie- en infrastructuurecosysteem op dit moment maken? "Niet zozeer: hoe kan ik een bijdrage leveren, want dan klinkt het alsof je rendement op je investering nodig hebt. Maar wat is mijn rol in die nationale veiligheid en hoe kan ik een bijdrage leveren? Dat vereist een andere houding: proactief in plaats van reactief. Denk na: wat zou er kunnen gebeuren? Hoe kan ik me daarop voorbereiden? In plaats van te wachten tot er iets gebeurt en dan uit te zoeken hoe je het kunt oplossen." Hij benadrukt het kettingprincipe:

“Een ketting is zo sterk als zijn zwakste schakel. Iedereen maakt deel uit van het systeem. Iedereen is een steen in dat huis. Je bent niet zomaar een lantaarn die we ophangen om het te versieren.”

Vijf aandachtsgebieden en een structurele ambitie: een Nationaal Maritiem Veiligheidscentrum

Het programma voor de bescherming van de Noordzee-infrastructuur loopt al drie jaar en werkt volgens vijf speerpunten: bestuur, situationeel bewustzijn, veerkracht, crisisbeheer en samenwerking. "Wij zijn van mening dat als je alle vijf de pijlers op de juiste manier aanpakt, je de bescherming over de hele linie verbetert. Maar er is spanning rond de continuïteit. We doen dit met incidentele financiering en een tijdelijk programmateam." Eduard hoopt dat het structureel zal worden ingebed en wijst op een duidelijke ambitie: "We streven naar de oprichting van een Nationaal Maritiem Veiligheidscentrum dat al deze initiatieven bundelt en zorgt voor samenhang."

Waarom dit belangrijk is voor Sentyron, en wat Eduard hoopt dat mensen hiervan meenemen

Voor Sentyron is dit niet alleen een maritiem verhaal. Het is een duidelijk voorbeeld van hoe de bescherming van kritieke infrastructuur aan het veranderen is. De Noordzee brengt fysieke verstoringen, cyberoperaties en hybride tactieken samen in één omgeving en laat zien hoe afhankelijk we zijn geworden van systemen die we zelden zien.

Daarom gaat Eduards boodschap uiteindelijk over verantwoordelijkheid. “Je kunt niet alleen naar de overheid kijken. Je moet echt naar ons allemaal kijken.” Dat is ook het punt dat hij wil benadrukken op het congres Bescherming Energiesystemen: dat deelnemers zich onderdeel moeten voelen van een groter veiligheidsnetwerk en daarnaar moeten handelen. Niet reactief, maar proactief. "Bedenk: wat zou er kunnen gebeuren? Hoe kan ik me daarop voorbereiden? Want als infrastructuur fundamenteel is, zijn de gevolgen nationaal."

En dat is precies waarom de Noordzee niet alleen iets is om te ontwikkelen, maar ook iets om te beschermen.